De gemeente Den Haag gaat geen extra parkeerplaatsen aanleggen in de Binckhorst en kan ook geen lagere parkeertarieven in de parkeergarages afdwingen. Dat schrijven de wethouders Arjen Kapteijns (Mobiliteit) en Klaas Verschuure (Stedelijke Ontwikkeling) in een brief aan de gemeenteraad, naar aanleiding van zorgen van bewoners over hoge parkeerkosten en gebrek aan parkeerplekken.
Volgens de gemeente blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) dat er voldoende parkeercapaciteit is in de bestaande parkeergarages. Het aantal beschikbare parkeerplaatsen is zelfs groter dan het aantal geregistreerde auto's. Als voorbeelden worden het wooncomplex BinckCityPark en Binckpoort genoemd. De bewoners in het eerste complex hebben bij elkaar 193 voertuigen, terwijl er in de garage 232 plaatsen beschikbaar zijn. In de Binckpoort bezitten bewoners 97 auto’s en zijn er in de parkeergarage 196 parkeerplekken voor hen.
Extra parkeerplekken op straat is volgens het college in strijd met het beleid voor een autoluwe, groene wijk en de verschillende vergunningen die op basis daarvan zijn verleend. Door het toevoegen van
extra parkeerplaatsen of het wijzigen van parkeernormen komt de juridische basis van deze besluiten in gevaar. Het beleid richt zich daarom op optimaal gebruik van bestaande parkeergarages en het beperken van parkeren op straat.
Parkeertarieven
De gemeente benadrukt dat zij geen zeggenschap heeft over parkeertarieven in commerciële garages. Die prijzen worden vastgesteld door ontwikkelaars en exploitanten en moeten marktconform zijn. Uit juridisch advies blijkt bovendien dat de gemeente zelf geen goedkopere parkeeroplossingen mag aanbieden.
Op 1 juni 2026 wordt in de hele Binckhorst betaald parkeren ingevoerd om parkeerdruk door niet-bewoners te verminderen. Daarnaast wil de gemeente sterker inzetten op deelmobiliteit, zoals deelauto’s en deelfietsen. Daarmee moeten bewoners minder afhankelijk worden van een eigen auto.